ECLI:NL:CRVB:2020:2392
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging indicatie zorgprofiel VV Beschermd wonen met intensieve dementiezorg
Appellante, geboren in 1938, is op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) geïndiceerd voor het zorgprofiel VV Beschermd wonen met intensieve dementiezorg, waarvoor zij een persoonsgebonden budget ontvangt. Zij verzocht om een zwaarder zorgprofiel, maar het CIZ handhaafde de oorspronkelijke indicatie. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat het zorgprofiel VV Beschermd wonen met zeer intensieve zorg, vanwege specifieke aandoeningen met nadruk op begeleiding, beter aansluit bij haar situatie vanwege ernstige dementie, gedragsproblematiek en een histrionische persoonlijkheidsstoornis. De Raad onderzocht de medische rapporten, waaronder die van de medisch adviseur, ouderenpsychiater en sociaal psychiatrisch verpleegkundige.
De Raad concludeerde dat de medisch adviseur de medische informatie zorgvuldig heeft betrokken en overtuigend heeft gemotiveerd dat het zorgprofiel VV Beschermd wonen met intensieve dementiezorg het best passend is. Het standpunt van appellante faalde omdat onvoldoende onderbouwd was dat haar persoonlijkheidsstoornis specifieke begeleiding vereist zoals beschreven bij het zwaardere zorgprofiel.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de indicatie voor het zorgprofiel VV Beschermd wonen met intensieve dementiezorg wordt bevestigd.