Uitspraak
18.1835 WIA
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, werkzaam geweest als medewerker customer service en supervisor, heeft sinds 2004 lichamelijke klachten door de ziekte van Crohn en ontving sindsdien een WIA-uitkering met wisselende mate van arbeidsongeschiktheid. Na diverse herbeoordelingen heeft het UWV in 2017 de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op circa 62,91%. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de medische situatie verbeterd was ten opzichte van eerdere jaren.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, dat haar beperkingen onvoldoende waren meegewogen en dat zij volledig arbeidsongeschikt zou moeten zijn vanwege chronische aandoeningen. De Raad overwoog dat appellante geen nieuwe feiten of omstandigheden had ingebracht en dat de rechtbank de beroepsgronden adequaat had beoordeeld. De verzekeringsarts had de medische situatie uitgebreid gemotiveerd, waarbij ook de verbetering van de psychische toestand was betrokken.
De Raad concludeerde dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) correct was opgesteld en dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren voor appellante. Er was geen aanleiding een deskundige in te schakelen vanwege het ontbreken van twijfel aan de medische beoordeling. Het hoger beroep werd verworpen, de aangevallen uitspraak bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd; het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.