ECLI:NL:CRVB:2020:2355
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging wijziging en terugvordering persoonsgebonden budget 2012-2013 wegens onvoldoende zorgverantwoording
Appellante ontving voor 2012 en 2013 een persoonsgebonden budget (pgb) voor zorg op grond van de AWBZ. Het zorgkantoor stelde na onderzoek vast dat het pgb niet of onvoldoende voor zorg was besteed en wijzigde de vaststellingen aanzienlijk, waarbij grote bedragen werden teruggevorderd. Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het zorgkantoor verklaarde deze ongegrond.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het zorgkantoor terecht de subsidievaststellingen wijzigde en terugvorderde, omdat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat de zorg daadwerkelijk was geleverd en betaald. In hoger beroep heeft appellante verzocht om het horen van zorgverleners, maar de Raad zag hier geen toegevoegde waarde in.
De Raad bevestigde dat het zorgkantoor bevoegd was de vaststellingen te wijzigen en dat de belangenafweging rechtmatig was. De verklaringen van zorgverleners en gegevens uit de GBA ondersteunden het oordeel dat de zorg niet volledig was geleverd. Appellante kon niet aantonen dat het pgb conform de bestemming was gebruikt. De terugvordering van in totaal € 104.212,18 is daarom terecht. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de wijziging van het pgb en terugvordering van € 104.212,18 bevestigd.