ECLI:NL:CRVB:2020:2342
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens arbeidsgeschiktheid schoonmaakster
Appellante, laatstelijk werkzaam als schoonmaakster voor twaalf en een half uur per week, meldde zich ziek met lichamelijke klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Het Uwv beëindigde het ziekengeld per 14 maart 2018 na een medisch onderzoek door verzekeringsartsen die concludeerden dat zij haar eigen werk kon hervatten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de conclusie dat appellante haar werk kon doen, kon worden gedragen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar psychische en schouderklachten onvoldoende waren meegewogen en dat haar fibromyalgie door stress verergerde.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het Uwv. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had uitgebreid gemotiveerd waarom appellante ondanks haar klachten haar werk van tweeënhalf uur per dag kon verrichten. De Raad stelde vast dat er geen sprake was van een depressie of PTSS maar van een somatische symptoomstoornis met sporadische paniekaanvallen die geen belemmering vormden.
De Raad concludeerde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de conclusie dat appellante arbeidsgeschikt was, terecht. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de beëindiging van het ziekengeld per 14 maart 2018 bevestigd.