ECLI:NL:CRVB:2020:2288
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WIA-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant ontving sinds 2009 een loongerelateerde WIA-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na een herbeoordeling op verzoek van de werkgever heeft het UWV in 2017 de uitkering beëindigd omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank vernietigde dit besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
In hoger beroep betoogde appellant dat het UWV onvoldoende rekening hield met zijn beperkingen en dat de beperkingen uit 2009 onveranderd moesten blijven. Hij vroeg ook om benoeming van een onafhankelijke deskundige. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank de beroepsgronden afdoende en gemotiveerd heeft besproken en onderschrijft deze.
De Raad stelde vast dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep op basis van een MRI-scan uit 2018 extra beperkingen aannam en de verschillen met de beperkingen uit 2009 inzichtelijk en voldoende motiveerde. Er was geen aanleiding om te twijfelen aan de medische beoordeling of een onafhankelijke deskundige te benoemen. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.