ECLI:NL:CRVB:2020:2277
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens plichtsverzuim door verboden contacten met ex-gedetineerden
Appellant, werkzaam bij de Dienst Justitiële Inrichtingen, werd ontslagen wegens plichtsverzuim. Dit betrof verboden contacten met een ex-gedetineerde en diens familie, die hij niet had gemeld aan zijn leidinggevende, in strijd met de Gedragscode DJI 2009.
De rechtbank had reeds geoordeeld dat gedragingen 1, 2 en 4 voldoende waren vastgesteld en als plichtsverzuim konden worden aangemerkt; alleen gedraging 3 was onvoldoende bewezen. De Raad bevestigt dit oordeel en oordeelt dat het ontslag niet onevenredig is gezien de aard en ernst van het plichtsverzuim.
De Raad benadrukt dat de bijzondere integriteitseisen binnen DJI en het veiligheidsrisico van verboden contacten zwaar wegen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt wegens gebrek aan bewijs van vergelijkbare gevallen. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het ontslag wegens plichtsverzuim wordt bevestigd.