ECLI:NL:CRVB:2020:2257
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eindafrekening bestuursrechtelijke premie en rechtmatigheid zorgtoeslagomleiding
Appellante was vanaf oktober 2015 bestuursrechtelijke premie verschuldigd wegens aanmelding als wanbetaler bij haar zorgverzekeraar. CAK stelde een eindafrekening op over de periode 1 oktober 2015 tot 1 oktober 2017, waarin een bedrag van €3.388,65 als verschuldigde premie werd vastgesteld. Appellante maakte bezwaar tegen deze eindafrekening, maar dit werd door CAK ongegrond verklaard. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat CAK voldoende duidelijkheid had verschaft over het verschuldigde bedrag.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de eindafrekening onvoldoende was gespecificeerd en dat een bedrag van €1.729,- dat aan haar echtgenoot was toegekend als zorgtoeslag onterecht was gebruikt voor betaling van haar premie. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat sprake was van een kennelijke verschrijving in het bedrag en bevestigde dat het correcte bedrag €3.388,65 bedroeg. Tevens stelde de Raad vast dat CAK de zorgtoeslag van de echtgenoot op grond van artikel 18f, zesde lid, van de Zorgverzekeringswet rechtmatig mocht aanwenden als tegemoetkoming in de premie.
De Raad concludeerde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij meer had betaald dan het vastgestelde bedrag en dat het hoger beroep daarom niet slaagt. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.