Uitspraak
18.2048 WSFBSF
OVERWEGINGEN
BESLISSING
het besluit van 20 juli 2017;
van in totaal € 172,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellant stond sinds 1 november 2013 ingeschreven op een BRP-adres en ontving studiefinanciering als uitwonende student. De minister voerde een onderzoek uit naar de woonsituatie en besloot op 14 april 2017 de studiefinanciering te herzien, waarbij appellant als thuiswonend werd aangemerkt en een terugvordering van € 8.350,02 werd opgelegd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, stellende dat het onderzoek zorgvuldig was en het besluit voldoende was gemotiveerd. In hoger beroep oordeelt de Raad dat het bewijs van de minister niet toereikend is. Het huisbezoek leverde tegenstrijdige aanwijzingen op, de verslaglegging was onvolledig en onduidelijk, en het onderzoek niet zorgvuldig genoeg om vast te stellen dat appellant niet op het BRP-adres woonde.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en het besluit van 14 april 2017, verklaart het beroep gegrond en veroordeelt de minister in de proceskosten van appellant. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot herziening van studiefinanciering wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs en ondeugdelijke motivering.