ECLI:NL:CRVB:2020:2254
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig procesoperator, meldde zich ziek met psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van medische en arbeidskundige rapporten vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering per 12 januari 2018. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het onderzoek zorgvuldig was en de rapporten navolgbaar.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de medische beoordeling onvoldoende zorgvuldig was en dat mogelijk nieuwe bewijsstukken de klachten beter konden verklaren. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant in hoger beroep vooral eerdere gronden herhaalde zonder nieuwe onderbouwing of bewijsstukken. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de medische situatie geen aanleiding gaf tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter J.S. van der Kolk op 23 september 2020.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.