ECLI:NL:CRVB:2020:2209
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig betalen griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet bij het indienen van een beroepschrift griffierecht worden betaald. De gemachtigde van appellant is meerdere malen schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid en de betalingstermijnen van het griffierecht.
Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijn voldaan. Op basis van de beschikbare gegevens kan niet worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest. Hierdoor is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De Centrale Raad van Beroep besluit daarom zonder inhoudelijke behandeling het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen en uitgesproken in het openbaar op 16 september 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.