ECLI:NL:CRVB:2020:2197
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling bevestigd
Appellante was sinds 2010 arbeidsongeschikt gemeld en ontving een WGA-uitkering. Na een herbeoordeling door het UWV werd vastgesteld dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waarna haar uitkering werd beëindigd. Appellante stelde dat haar psychische en lichamelijke klachten onvoldoende in de beoordeling waren meegenomen en dat zij een urenbeperking zou moeten krijgen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische beoordeling zorgvuldig was uitgevoerd en dat de verzekeringsarts de beperkingen adequaat had vastgesteld. Ook de arbeidsdeskundige had passende functies geselecteerd die binnen de belastbaarheid van appellante lagen. De Raad volgde dit oordeel en vond geen aanleiding voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige.
De Raad oordeelde dat de medische en arbeidskundige rapporten voldoende waren gemotiveerd en dat de door appellante overgelegde aanvullende informatie geen nieuwe feiten bevatte die tot een andere beoordeling zouden moeten leiden. De beëindiging van de WGA-uitkering werd daarom bevestigd, en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WGA-uitkering van appellante terecht is beëindigd wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.