ECLI:NL:CRVB:2020:2186
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-uitkering op juiste medische en arbeidskundige gronden bevestigd
Appellante was sinds 2008 arbeidsongeschikt wegens psychische klachten en ontving een WGA-uitkering. Na herbeoordelingen in 2017 en 2018 stelde het UWV dat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde haar uitkering per 19 maart 2018.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en transparant was uitgevoerd. Appellante startte een behandeltraject na de datum in geschil en leverde geen nieuwe medische informatie die tot een ander oordeel zou leiden.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt dat zij zwaarder beperkt was, maar de Raad volgde de rechtbank en het UWV. De arbeidsdeskundige had voldoende onderbouwd dat appellante de aangeduide functies kon verrichten en de mate van arbeidsongeschiktheid terecht was vastgesteld op minder dan 35%. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WGA-uitkering van appellante terecht is beëindigd vanwege onvoldoende arbeidsongeschiktheid.