ECLI:NL:CRVB:2020:2184
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verhoging Wajong-uitkering wegens onvoldoende hulpbehoevendheid
Appellant, met een Wajong-uitkering vanwege lichamelijke en psychische beperkingen, verzocht om een verhoging van zijn uitkering wegens hulpbehoevendheid. Het UWV wees dit verzoek af na onderzoek door een verzekeringsarts die concludeerde dat appellant zelfstandig is in essentiële dagelijkse levensverrichtingen en geen continue oppassing nodig heeft.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de hulp die appellant ontvangt via een persoonsgebonden budget, maaltijdservice en buurtteam voldoende is en niet valt onder de criteria voor verhoging volgens de Beleidsregel. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de hulp bij warme maaltijden en administratieve ondersteuning wel degelijk een oppassingsbehoefte impliceert.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de hulp die appellant ontvangt niet betrekking heeft op persoonlijke verzorging zoals wassen, aankleden of toiletgang, en dat er geen noodzaak is voor oppassing. De Raad onderschrijft de motivering van de rechtbank en bevestigt het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak. Het hoger beroep wordt afgewezen en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om verhoging van de Wajong-uitkering wegens hulpbehoevendheid wordt afgewezen.