ECLI:NL:CRVB:2020:2174
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellant was werkzaam als wagenparkmedewerker en meldde zich ziek met psychische klachten. Na een eerstejaars beoordeling van de Ziektewet stelde het UWV vast dat appellant met beperkingen nog 75,90% van zijn maatmaninkomen kon verdienen. Op grond hiervan werd de Ziektewetuitkering per 6 augustus 2018 beëindigd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen juist waren vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen ernstiger waren en dat de geselecteerde functies te zwaar waren, en verzocht om een onafhankelijke verzekeringsarts.
De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat het UWV-onderzoek zorgvuldig was, dat geen nieuwe medische beperkingen waren aangetoond en dat de functies passend waren. De ingediende nieuwe stukken waren van latere datum en gaven geen aanleiding tot aanpassing. De Raad zag geen reden een deskundige te benoemen en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Ziektewetuitkering terecht is beëindigd per 6 augustus 2018.