ECLI:NL:CRVB:2020:2173
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens onjuiste urenopgave
Appellant ontvangt sinds 2013 bijstand, laatstelijk op grond van de Participatiewet. Eind 2017 stelde de gemeente Lelystad een onderzoek in naar de rechtmatigheid van de bijstand. Op grond van dit onderzoek trok het college de bijstand over de periode 24 oktober tot 3 december 2017 in en vorderde de kosten terug.
De intrekking over de eerste periode (24 oktober tot 15 november 2017) is gebaseerd op het feit dat appellant meer uren werkte dan opgegeven, wat een schending van de inlichtingenverplichting inhoudt. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij niet meer uren werkte dan opgegeven, hoewel hij soms langer aanwezig was. De Raad oordeelt dat aanwezigheid op de werkplek de veronderstelling rechtvaardigt dat er arbeid werd verricht, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt. Appellant slaagde hier niet in, waardoor de intrekking en terugvordering worden bevestigd.
Het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstand worden bevestigd wegens onjuiste urenopgave.