ECLI:NL:CRVB:2020:2163

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 september 2020
Publicatiedatum
15 september 2020
Zaaknummer
19/3282 Wajong
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:118 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:57 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep door UWV in Wajong-zaak

De Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant in een Wajong-zaak. Op 2 juni 2020 trok UWV het hoger beroep in via een faxbericht. Betrokkene verzocht daarop om een proceskostenveroordeling tegen UWV. UWV voerde geen verweer tegen dit verzoek.

De Centrale Raad van Beroep stelde het onderzoek ter zitting achterwege en sloot het onderzoek. Op grond van artikel 8:118, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan bij intrekking van hoger beroep door het bestuursorgaan op verzoek van een partij het bestuursorgaan worden veroordeeld in de proceskosten.

De Raad veroordeelde UWV tot betaling van de proceskosten die betrokkene redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van het hoger beroep. De kosten werden begroot op €525,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, bestaande uit één punt voor het indienen van een verweerschrift. De uitspraak werd gedaan op 16 september 2020.

Uitkomst: UWV wordt veroordeeld tot betaling van €525,- aan proceskosten na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

Datum uitspraak: 16 september 2020
19/3282 Wajong
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 14 juni 2019,
18/332 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant)
[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Per faxbericht van 2 juni 2020 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.
Namens betrokkene heeft mr. E. van den Bogaard, advocaat, verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten.
Appellant heeft hiertegen geen verweer gevoerd.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:118, eerste lid, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.
Gelet hierop wordt appellant veroordeeld in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 525,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van een verweerschrift) voor verleende rechtsbijstand.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt appellant in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 525,-.
Deze uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, in tegenwoordigheid van
L.R. Scherpenzeel-Carlier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
16 september 2020.
(getekend) J.P.M. Zeijen
(getekend) L.R. Scherpenzeel-Carlier
IvR