Uitspraak
30 januari 2018, 17/3967 (aangevallen uitspraak)
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
L.R. Scherpenzeel-Carlier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
16 september 2020.
Centrale Raad van Beroep
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV omtrent zijn uitkering en stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep. Tijdens de procedure heeft het UWV op 26 november 2019 alsnog een WIA-uitkering toegekend aan appellant, waarmee aan diens bezwaren werd voldaan. Hierdoor heeft appellant het hoger beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenveroordeling van het UWV.
De Raad heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek tot proceskostenveroordeling in behandeling genomen. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming aan de bezwaren worden veroordeeld in de proceskosten.
De Raad stelde vast dat appellant vanaf 30 augustus 2015 ernstigere beperkingen had dan door het UWV was aangenomen, waardoor de ZW-uitkering niet had mogen worden ingetrokken en een beoordeling op grond van de WIA had moeten plaatsvinden. Deze beoordeling is nu alsnog uitgevoerd.
De Raad veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellant, begroot op in totaal € 2.625,-, bestaande uit kosten voor bezwaar, beroep en hoger beroep. De uitspraak is gedaan op 16 september 2020 door voorzitter J.P.M. Zeijen.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van € 2.625,- aan proceskosten aan appellant.