ECLI:NL:CRVB:2020:2076
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens ontbreken toegenomen beperkingen
Appellante, voormalig budgetconsulente, vroeg om een WIA-uitkering na een verslechtering van haar gezondheidstoestand eind oktober 2017. Het UWV weigerde deze uitkering omdat haar beperkingen niet waren toegenomen sinds de eerdere beoordeling in 2012. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij het medisch onderzoek als zorgvuldig werd beoordeeld en de informatie van haar psycholoog niet leidde tot een andere conclusie.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het medisch onderzoek onvolledig was en dat aanvullende informatie van ziekenhuizen ontbrak. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat deze argumenten een herhaling waren van eerdere bezwaren zonder nieuwe feiten. Ook als de psychische problematiek uit 2019 meegewogen zou worden, leidt dit niet tot een ander oordeel over de situatie per 27 oktober 2017.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat er geen sprake is van toegenomen beperkingen en bevestigt daarom de afwijzing van de WIA-uitkering. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.