ECLI:NL:CRVB:2020:2072
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, commercieel medewerkster binnendienst, viel uit wegens nekklachten en later artritis psoriatica. Het UWV weigerde haar een WIA-uitkering toe te kennen omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% was vastgesteld. De rechtbank vernietigde een eerder besluit wegens onvoldoende toelichting, maar handhaafde de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar medische beperkingen, met name door artritis psoriatica en fibromyalgie, waren onderschat. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter het oordeel van de rechtbank dat de medische beoordeling zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij de klachten en rapportages van de reumatoloog waren betrokken.
De Raad concludeerde dat de klachten kunnen fluctueren en dat de FML van 7 september 2017 een juiste weergave gaf van de beperkingen. Appellante bracht geen nieuwe objectieve medische gegevens in die twijfel konden zaaien over de vastgestelde beperkingen. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.