ECLI:NL:CRVB:2020:2070
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duurzaamheid arbeidsvermogen voor Wajong-uitkering afgewezen
Appellante, geboren in 1997, vroeg een Wajong-uitkering aan wegens lichte verstandelijke beperking en andere beperkingen. Het UWV wees de aanvraag af omdat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam was. De rechtbank vernietigde dit besluit, maar de Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van het UWV dat de situatie van appellante verbetering kan vertonen.
De Raad baseerde zich op uitgebreid verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek, waarbij werd vastgesteld dat appellante niet over basale werknemersvaardigheden beschikt, maar dat deze vaardigheden nog kunnen ontwikkelen onder goede randvoorwaarden. Het beoordelingskader van het UWV, zoals opgenomen in het Compendium Participatiewet, werd toegepast waarbij de Raad oordeelde dat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is.
Appellante voerde aan dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam zou zijn, maar deze bezwaren werden verworpen. De Raad concludeerde dat de onderzoeksbevindingen voldoende en inzichtelijk waren en dat de aangevallen uitspraak van de rechtbank correct was. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit dat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is, wordt bevestigd.