ECLI:NL:CRVB:2020:2057
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens niet verschijnen op gesprekken en schending inlichtingenplicht
Appellant diende een aanvraag om bijstand in, waarbij hij een adres opgaf dat bekend stond als risicoadres. Het college van burgemeester en wethouders van Almelo voerde nader onderzoek uit en probeerde onaangekondigde huisbezoeken, waarbij appellant niet werd aangetroffen. Appellant werd uitgenodigd voor gesprekken op 10 en 17 januari 2018, maar verscheen zonder bericht niet.
Het college wees de aanvraag af en vorderde voorschotten terug omdat appellant niet aan zijn inlichtingenverplichting had voldaan, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad overwoog dat de post die op het opgegeven adres werd bezorgd geacht mag worden tijdig te zijn ontvangen, en dat het niet verschijnen op de gesprekken voor rekening en risico van appellant komt. Het feit dat later bijstand werd toegekend op basis van een latere aanvraag leidt niet tot een ander oordeel. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens niet verschijnen op verplichte gesprekken en schending van de inlichtingenplicht.