ECLI:NL:CRVB:2020:2006
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens onrechtmatige en vertraagde besluitvorming Wmo-aanvraag
Appellant, rolstoelafhankelijk en woonachtig in een aangepaste woning, diende op 7 februari 2017 een Wmo-aanvraag in voor voorzieningen waaronder reparatie van een klemmende deur en drempelhulp. Het college nam op 2 maart 2018 een besluit op deze aanvraag, waarbij het verzoek werd afgewezen omdat de benodigde herstelwerkzaamheden reeds in 2017 door de woningcorporatie waren uitgevoerd.
Appellant maakte bezwaar tegen het niet tijdig beslissen en het besluit zelf, en stelde dat de brief van 21 februari 2018 als bezwaarschrift had moeten worden aangemerkt. De rechtbank oordeelde dat het college tijdig had beslist en dat het bezwaar ongegrond was. Een latere aanvraag van 4 april 2018 voor een elektrische deuropener werd niet meegenomen in het geschil.
In hoger beroep stelt appellant dat het college onrechtmatig en onredelijk lang heeft gehandeld en vordert schadevergoeding. De Raad concludeert dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat de oorspronkelijke aanvraag betrekking had op een elektrische deuropener en bevestigt dat het college tijdig en rechtmatig heeft beslist. Het verzoek om schadevergoeding wegens onrechtmatige en vertraagde besluitvorming wordt afgewezen, evenals het verzoek om dwangsom en proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wegens onrechtmatige en vertraagde besluitvorming wordt afgewezen.