ECLI:NL:CRVB:2020:2001
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing IVA-uitkering wegens ontbreken duurzame arbeidsongeschiktheid
Appellante was werkzaam als kamermeisje en viel uit wegens lichamelijke en psychische klachten. Het UWV kende haar een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 100%, maar wees een IVA-uitkering af omdat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam werd geacht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het UWV deugdelijk had gemotiveerd waarom geen sprake was van duurzame arbeidsongeschiktheid. Appellante voerde in hoger beroep aan volledig en duurzaam arbeidsongeschikt te zijn en stelde dat verzekeringsartsen twijfelden aan haar oprechtheid, wat opname zou rechtvaardigen.
De Raad oordeelt dat appellante in hoger beroep niet heeft toegelicht waarom het oordeel van de rechtbank onjuist zou zijn. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank volledig en wijst op verwijzing naar GGZ voor verdere behandeling. De medische rapporten ondersteunen niet het standpunt van appellante dat verbetering van belastbaarheid niet mogelijk is. Ook is geen reden voor opname wegens simulatie.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom het bestreden besluit en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de IVA-uitkering bevestigd.