Uitspraak
17.6386 ZW
OVERWEGINGEN
6 juli 2016 vastgesteld dat appellante met ingang van 14 augustus 2016 geen recht meer heeft op ziekengeld, omdat zij meer dan 65% kan verdienen van het loon dat zij verdiende voordat zij ziek werd.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante, voormalig doktersassistente, meldde zich ziek met maag- en vermoeidheidsklachten en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde de uitkering per 14 augustus 2016.
Na bezwaar en beroep werd een aanvullende beperking voor werken in de avond opgenomen, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat het UWV een zorgvuldig medisch onderzoek had verricht en dat de medische rapporten goed gemotiveerd waren, waarbij ook de diagnose dumpingsyndroom werd betrokken zonder aanleiding voor meer beperkingen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar klachten en medicijngebruik onvoldoende waren meegewogen. De Centrale Raad van Beroep volgde het oordeel van de rechtbank en het UWV dat de medische situatie volledig en juist was beoordeeld, dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld en dat de functies waarop de beoordeling was gebaseerd passend waren.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het hoger beroep af, zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 14 augustus 2016 na zorgvuldig medisch onderzoek.