ECLI:NL:CRVB:2020:1978
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld wegens geschiktheid voor eigen arbeid
Appellant was radioprogrammaleider en meldde zich ziek wegens migraineaanvallen. Het UWV stelde op basis van verzekeringsartsen vast dat appellant per 23 februari 2018 geschikt was voor zijn eigen arbeid en beëindigde het ziekengeld. Appellant maakte bezwaar en beroep, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat het onderzoek zorgvuldig was en de medische gegevens geen aanleiding gaven tot twijfel.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt dat zijn herstelperiode na migraine langer is dan door het UWV aangenomen, ondersteund door een verklaring van een neuroloog. De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat appellant geschikt is voor zijn arbeid. Er waren geen nieuwe medische gegevens die tot een ander oordeel leidden.
Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen. De uitspraak bevestigt dat het recht op ziekengeld eindigt wanneer de verzekerde medisch geschikt wordt geacht voor zijn eigen arbeid, zoals hier het geval is.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het recht op ziekengeld wordt beëindigd per 23 februari 2018.