ECLI:NL:CRVB:2020:1934
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling dagloon nieuwe WW-uitkering door UWV
Appellant maakte bezwaar tegen het door het UWV vastgestelde dagloon voor zijn nieuwe WW-uitkering, stellende dat de berekening onjuist was en dat niet alle loonperiodes correct waren meegewogen.
Het UWV had het dagloon berekend op basis van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen, waarbij rekening was gehouden met perioden waarin appellant niet had gewerkt. De rechtbank Gelderland oordeelde dat het UWV de juiste referteperiode en inkomensgegevens had gebruikt en dat de berekening correct was uitgevoerd.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het UWV onjuiste loongegevens had gebruikt en dat de rechtbank onvoldoende bewijs had gewogen. Het UWV verweerde zich met verwijzing naar de juiste toepassing van het Dagloonbesluit, met name artikel 5, zesde lid.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat appellant geen onderbouwing gaf voor zijn stellingen en dat het UWV de berekening transparant had toegelicht. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV het dagloon correct heeft vastgesteld en wijst het hoger beroep van appellant af.