ECLI:NL:CRVB:2020:1930
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens ontbreken verzekeringsplicht
Appellant, werkzaam als inpakker, meldde zich in 1996 ziek met psychische klachten en vroeg een AAW/WAO-uitkering aan, die werd geweigerd omdat hij bij aanvang al volledig arbeidsongeschikt was. In 2017 verzocht appellant het Uwv om een WIA-uitkering, welke werd geweigerd wegens het ontbreken van verzekeringsplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat niet was gebleken dat appellant verzekerd was voor de Wet WIA. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de medische dienst van de gemeente Tilburg over zijn WAO-uitkering besliste en dat het Uwv niet correct met zijn gegevens was omgegaan.
De Raad oordeelde dat appellant niet had aangetoond dat hij aan de verzekeringsplicht voldoet en onderschreef de overwegingen van de rechtbank. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd.