ECLI:NL:CRVB:2020:1898
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam inzake een WIA-beoordeling. Het UWV heeft bij brief van 6 januari 2020 laten weten het standpunt niet langer te handhaven en per 18 februari 2016 alsnog een WIA-beoordeling te zullen uitvoeren. Naar aanleiding hiervan heeft appellant het hoger beroep ingetrokken en verzocht om proceskostenvergoeding.
De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten. Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht kan het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming worden veroordeeld in de proceskosten.
De Raad oordeelt dat het UWV in de kosten van appellant moet worden veroordeeld, begroot op €1.050 voor het beroep en €525 voor het hoger beroep. De vergoeding van het griffierecht kan appellant rechtstreeks bij het UWV claimen. De uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen op 12 augustus 2020.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €1.575 aan proceskosten aan appellant na intrekking van het hoger beroep wegens tegemoetkoming.