ECLI:NL:CRVB:2020:1895
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. De Centrale Raad van Beroep heeft appellante bij brief van 17 januari 2020 en opnieuw bij aangetekende brief van 17 februari 2020 gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €128,- binnen de gestelde termijnen.
Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet tijdig betaald. De Raad oordeelt dat appellante in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude, en uitgesproken in het openbaar op 12 augustus 2020. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.