Uitspraak
19 september 2019, 18/5540 (aangevallen uitspraak)
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam hoger beroep ingesteld. De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat appellant het griffierecht van €128,- niet binnen de gestelde termijn heeft betaald, ondanks meerdere aanmaningen. Daarnaast is het beroepschrift niet tijdig ingediend; het werd digitaal ontvangen op 20 november 2019 terwijl de beroepstermijn was verstreken.
Appellant voerde aan dat hij de uitspraak pas op 8 november 2019 had ontvangen en betwistte dat de rechtbank de uitspraak op 19 september 2019 per aangetekende post had toegezonden. De Raad oordeelde dat het risico van niet-afhalen van aangetekende post voor rekening van appellant komt en dat zijn argumenten onvoldoende waren om het verzuim te vergoelijken.
Gezien het niet betalen van het griffierecht en de niet-tijdige indiening van het beroepschrift, verklaarde de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht en niet tijdige indiening van het beroepschrift.