ECLI:NL:CRVB:2020:1876
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening gebruik postadres en bijstand
Verzoekster verbleef bij haar moeder en werd door haar onderhouden. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam stelde haar aanvraag om bijstand buiten behandeling en beëindigde het gebruik van het door haar beschikbaar gestelde postadres. Na bezwaar verklaarde het college dit ongegrond maar stond gebruik van het postadres toe tot zes weken na het besluit.
De voorzieningenrechter van de rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Verzoekster ging hiertegen in hoger beroep en verzocht om een voorlopige voorziening om het gebruik van het postadres te continueren en bijstand te verstrekken totdat het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen actueel spoedeisend belang bestaat. Verzoekster kon het postadres nog gebruiken en had niet aannemelijk gemaakt dat zij niet in haar bestaanskosten kon voorzien of dat er sprake was van acute financiële nood. Ook was geen sprake van omstandigheden die onmiddellijke behandeling van de hoofdzaak vereisten.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en deed buiten zitting uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening voor gebruik postadres en bijstand wordt afgewezen wegens gebrek aan actueel spoedeisend belang.