ECLI:NL:CRVB:2020:1874
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellant, laatstelijk werkzaam als machine operator/productiemedewerker, meldde zich ziek na een ongeval en ontving een Ziektewetuitkering. Na een eerstejaarsbeoordeling stelde een verzekeringsarts beperkingen vast in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en concludeerde dat appellant zijn eigen werk kon verrichten. Het UWV beëindigde daarop de uitkering, wat appellant betwistte zonder nieuwe medische stukken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen in de FML voldoende rekening hielden met de klachten van appellant. In hoger beroep herhaalde appellant zijn klachten en stelde dat hij vanwege een intensief revalidatieprogramma meer urenbeperking had dan aangenomen.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV. Er was geen objectief medisch bewijs dat de beperkingen groter waren dan vastgesteld. De omvang van de revalidatiebehandeling werd meegewogen en rechtvaardigde een maximale arbeidsduur van 36 uur per week. Het medisch oordeel dat appellant geschikt was voor de maatgevende arbeid werd als voldoende gemotiveerd beschouwd. Het hoger beroep werd verworpen en de beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd.
Uitkomst: De beëindiging van de Ziektewetuitkering per 2 maart 2018 wordt bevestigd.