ECLI:NL:CRVB:2020:1864
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WGA vervolguitkering bij juiste vaststelling arbeidsongeschiktheid en functionele mogelijkheden
Appellant, voormalig voorman grondwerker, meldde zich ziek met lichamelijke en later ook psychische klachten. Het UWV stelde op basis van een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en arbeidsdeskundig onderzoek vast dat appellant niet geschikt was voor zijn laatste werk en bepaalde zijn arbeidsongeschiktheid op 36,73%. De WGA vervolguitkering werd toegekend en het bezwaar van appellant werd ongegrond verklaard.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, waarbij rekening was gehouden met alle klachten en medische informatie. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn beperkingen niet volledig waren erkend, onder meer vanwege het ontbreken van informatie van behandelend artsen en onvoldoende rekening met zijn psychische en lichamelijke klachten.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en concludeerde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en volledig was uitgevoerd. De functionele mogelijkheden waren correct vastgesteld en de geselecteerde functies waren passend binnen de beperkingen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toekenning van de WGA vervolguitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45% en correcte vaststelling van functionele mogelijkheden.