ECLI:NL:CRVB:2020:1828
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van vaststelling arbeidsongeschiktheidspercentage WIA na medisch onderzoek
Appellant, voormalig CNC-draaier/frezer, heeft zich ziek gemeld en een WIA-uitkering aangevraagd. Het UWV stelde zijn arbeidsongeschiktheid vast op 49,23% per 26 mei 2017, gebaseerd op medisch en arbeidskundig onderzoek. Appellant voerde aan dat zijn beperkingen, met name cognitieve problemen en lichamelijke beperkingen door cardiale aandoeningen en diabetes, werden onderschat.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat het rapport van PsyM, opgesteld ruim een jaar na de datum in geding, beperkte waarde had. De verzekeringsarts bezwaar en beroep motiveerde waarom geen extra beperkingen en geen urenbeperking werden aangenomen. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte meer waarde hechtte aan de verzekeringsarts bezwaar en beroep dan aan onafhankelijke rapporten, maar dit werd verworpen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de beperkingen adequaat heeft vastgesteld, dat de cognitieve problemen niet zodanig ernstig waren op de datum in geding en dat de cardiale conditie en diabetes goed gereguleerd waren zonder aanleiding voor urenbeperking. Er is geen reden voor benoeming van een onafhankelijk medisch deskundige. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het arbeidsongeschiktheidspercentage van 49,23% per 26 mei 2017 wordt bevestigd.