ECLI:NL:CRVB:2020:1814
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening arbeidsongeschiktheid naar 45-55% na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, een verpleegkundige, was sinds 2001 arbeidsongeschikt met een uitkering op grond van de WAO. Na ziekte met rug-, psychische klachten en gordelroos, herzag het UWV haar arbeidsongeschiktheid per 30 augustus 2017 naar 45-55%.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante tegen deze herziening ongegrond, waarbij het medisch onderzoek als zorgvuldig werd beoordeeld en de beperkingen van appellante voldoende waren onderbouwd. De rechtbank vond geen aanleiding om een deskundige te benoemen en achtte de geselecteerde functies passend.
In hoger beroep herhaalde appellante haar stellingen over ernstigere beperkingen en vroeg opnieuw om een deskundige, maar de Centrale Raad van Beroep volgde het oordeel van de rechtbank. De Raad vond de medische rapporten en toelichtingen van de verzekeringsarts bezwaar en beroep overtuigend en zag geen aanleiding tot wijziging van de mate van arbeidsongeschiktheid.
De Raad wees het verzoek om een deskundige af en bevestigde het bestreden besluit. Er was geen grond voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door J.S. van der Kolk op 11 augustus 2020.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de arbeidsongeschiktheid naar 45-55%.