ECLI:NL:CRVB:2020:1812
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten rechtsbijstand en bruto verrekening inkomsten met IOAW-uitkering
Appellante ontving een IOAW-uitkering en had daarnaast inkomsten uit freelance werkzaamheden. Zij vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten van de eigen bijdrage rechtsbijstand, maar deze aanvraag werd afgewezen omdat de kosten al vóór de aanvraag waren voldaan.
Daarnaast maakte appellante bezwaar tegen de bruto verrekening van haar inkomsten met de IOAW-uitkering, wat door het college werd gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep bevestigde de Raad dat bijzondere bijstand niet wordt verleend voor kosten die al voldaan zijn ten tijde van de aanvraag, conform de Participatiewet. Ook werd geoordeeld dat de bruto verrekening van inkomsten met de IOAW-uitkering terecht is, omdat de IOAW een bruto grondslag kent.
Het verzoek tot vergoeding van schade werd afgewezen en er werden geen proceskosten toegekend. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijzondere bijstand en de bruto verrekening van inkomsten met de IOAW-uitkering worden bevestigd.