ECLI:NL:CRVB:2020:1801
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep veroordeelt UWV in proceskosten na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Het UWV nam op 18 februari 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar waarbij het volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Naar aanleiding hiervan trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Raad stelde vast dat het onderzoek ter zitting achterwege kon blijven en sloot het onderzoek. Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht kan het bestuursorgaan worden veroordeeld in de proceskosten indien het tegemoetkomt aan de indiener van het beroepschrift en het beroep wordt ingetrokken.
De Raad veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellante, begroot op € 1.312,50 voor het beroep en € 550,- voor het hoger beroep. Vergoeding van bezwaarkosten werd afgewezen omdat appellante het bezwaar zelf had ingediend. Voor griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het UWV wenden.
De uitspraak werd gedaan door M. Schoneveld, in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude, op 5 augustus 2020.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 2.100,- wegens volledige tegemoetkoming en intrekking van het hoger beroep.