ECLI:NL:CRVB:2020:1801

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
5 augustus 2020
Publicatiedatum
11 augustus 2020
Zaaknummer
18/1393 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Centrale Raad van Beroep veroordeelt UWV in proceskosten na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Het UWV nam op 18 februari 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar waarbij het volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Naar aanleiding hiervan trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.

De Raad stelde vast dat het onderzoek ter zitting achterwege kon blijven en sloot het onderzoek. Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht kan het bestuursorgaan worden veroordeeld in de proceskosten indien het tegemoetkomt aan de indiener van het beroepschrift en het beroep wordt ingetrokken.

De Raad veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellante, begroot op € 1.312,50 voor het beroep en € 550,- voor het hoger beroep. Vergoeding van bezwaarkosten werd afgewezen omdat appellante het bezwaar zelf had ingediend. Voor griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het UWV wenden.

De uitspraak werd gedaan door M. Schoneveld, in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude, op 5 augustus 2020.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 2.100,- wegens volledige tegemoetkoming en intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

Datum uitspraak: 5 augustus 2020
18/1393 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van
30 januari 2018, 17/1880 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. A. Seme, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 18 februari 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 27 februari 2020 heeft mr. Seme namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 18 februari 2020 volledig aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.
De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op
€ 1.312,50 in beroep en € 550,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.
Voor vergoeding van de bezwaarkosten bestaat geen aanleiding, omdat er geen voor vergoeding in aanmerking komende kosten zijn gemaakt. Appellante heeft zelf het bezwaar ingediend.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 2.100,-.
Deze uitspraak is gedaan door M. Schoneveld, in tegenwoordigheid van K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 augustus 2020.
(getekend) M. Schoneveld
(getekend) K.R. van Renswoude
IvR