ECLI:NL:CRVB:2020:1796
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling arbeidsongeschiktheid en urenbeperking door UWV
Appellante, werkzaam als grafisch vormgeefster, meldde zich ziek na een motorongeluk en ontving aanvankelijk een WGA-uitkering. Het UWV beëindigde later de uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid, waarna appellante zich meldde met toegenomen klachten. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek een arbeidsongeschiktheidspercentage van 70,64% vast met een urenbeperking van 30 uur per week.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordelend dat het medisch oordeel van het UWV juist en zorgvuldig was, mede omdat de verzekeringsarts bezwaar en beroep het dossier grondig had bestudeerd en aanvullende rapportages had opgesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de urenbeperking arbitrair was en dat ook andere klachten onvoldoende waren meegewogen, en verzocht om het horen van getuigen en benoeming van een deskundige.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV, oordeelde dat de medische beoordeling overtuigend was en dat geen nadere medische stukken waren ingediend die het oordeel konden ondermijnen. De verklaring van de oud-werkgever was niet relevant voor de beoordeling van passend werk. Het verzoek om getuigen te horen werd afgewezen omdat hun verklaringen niet zouden bijdragen aan de beoordeling. De Raad bevestigde het besluit van het UWV en wees het hoger beroep af.
De uitspraak werd gedaan door J.S. van der Kolk, en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt bevestigd.