Uitspraak
20.497 WUBO
OVERWEGINGEN
BESLISSING
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad om haar aanvraag voor een Wubo-toekenning te weigeren. Zij stelde dat haar gezondheidsklachten zijn verergerd en dat deze voortkomen uit oorlogsgeweld tijdens de Bersiap-periode, waaronder het meemaken van beschietingen en evacuatie.
De Raad oordeelde dat het verblijf in het Ie-kamp niet als een gebeurtenis in de zin van de Wubo kan worden aangemerkt. Medische adviezen van twee geneeskundig adviseurs concludeerden dat de psychische en lichamelijke klachten van appellante niet het gevolg zijn van het oorlogsgeweld, maar van andere oorzaken zoals gezins- en maatschappelijke problematiek en degeneratieve factoren.
Ook het beroep op artikel 33a Wubo, dat voorzieningen zonder causaliteitsvereiste mogelijk maakt, faalde omdat blijvende invaliditeit ten gevolge van oorlogsgeweld ontbreekt. De Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard omdat haar klachten niet aan oorlogsgeweld kunnen worden toegeschreven.