ECLI:NL:CRVB:2016:261
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wubo-aanvraag wegens onvoldoende bewijs oorlogsgeweld
Appellant, geboren in 1936 in Nederlands-Indië, diende in maart 2013 een aanvraag in voor uitkeringen op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo) of de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), afhankelijk van wat gunstiger was.
De Pensioen- en Uitkeringsraad wees de Wubo-aanvraag in november 2013 af omdat onvoldoende was aangetoond dat appellant direct betrokken was bij oorlogsgeweld. Er was geen bevestiging van internering door de Japanse bezetter en onvoldoende gegevens over de gebeurtenissen tijdens de Bersiap-periode. Het verblijf in het Tjihapitkamp werd niet als oorlogsgeweld in de zin van de Wubo beschouwd omdat het een opvangkamp was.
Appellant stelde dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan, maar de Raad oordeelde dat het onderzoek voldoende was en dat de beschikbare bronnen goed waren benut. De verklaring van appellant werd niet ondersteund door objectieve gegevens die zijn directe betrokkenheid bevestigen.
De Raad concludeerde dat het beroep ongegrond is en handhaafde het besluit tot afwijzing van de Wubo-aanvraag. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de Wubo-aanvraag afgewezen wegens onvoldoende bewijs van oorlogsgeweld.