ECLI:NL:CRVB:2020:1760
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na gewijzigde UWV-beslissing met rentevergoeding en proceskosten
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam inzake een WAJONG-uitkering. Het UWV nam op 30 augustus 2019 een gewijzigde beslissing op bezwaar die geheel tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Hierdoor trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Centrale Raad van Beroep het UWV te veroordelen tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten.
De Raad liet het onderzoek ter zitting achterwege en sloot het onderzoek op grond van artikel 8:57 Awb Pro. De Raad oordeelde dat het UWV op verzoek van appellante in de proceskosten van het hoger beroep kan worden veroordeeld, omdat het bestuursorgaan geheel aan de bezwaren tegemoet is gekomen. De proceskosten werden begroot op € 787,50, inclusief kosten voor rechtsbijstand en het verzoek om schadevergoeding.
Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering, conform de berekeningswijze zoals vastgesteld in eerdere jurisprudentie. Appellante kan het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het UWV verhalen. De uitspraak werd gedaan door rechter J.P.M. Zeijen op 5 augustus 2020.
Uitkomst: Hoger beroep ingetrokken, UWV veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten van € 787,50.