ECLI:NL:CRVB:2020:1746
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening ouderdomspensioen wegens ontbreken duurzaam gescheiden leven
Appellant ontving een ouderdomspensioen voor een ongehuwde pensioengerechtigde, maar na zijn huwelijk op 14 juli 2017 met een vrouw die in de Filipijnen woont, stelde de Sociale Verzekeringsbank (Svb) een onderzoek in naar zijn recht op dit pensioen. De Svb herzag het pensioen per 1 augustus 2017 naar dat van een gehuwde pensioengerechtigde, omdat niet ondubbelzinnig was vastgesteld dat appellant duurzaam gescheiden leefde van zijn echtgenote.
Appellant voerde aan dat het voor zijn echtgenote onmogelijk was het inburgeringsexamen te behalen en dat zij daarom niet samen konden wonen. Ook wees hij op de reisafstand en kosten voor het examen en het feit dat zij een gezamenlijk verzoek tot echtscheiding hadden ingediend. De rechtbank en vervolgens de Centrale Raad oordeelden echter dat duurzaam gescheiden leven niet aannemelijk was, mede omdat er contact was en de intentie bestond om samen te wonen.
De Raad benadrukte dat duurzaam gescheiden leven betekent dat echtgenoten ieder hun eigen leven leiden alsof zij niet gehuwd zijn, en dat dit ondubbelzinnig uit de feiten moet blijken. Omdat dit niet het geval was, was appellant niet aan te merken als ongehuwde pensioengerechtigde. De herziening van het pensioen was daarom terecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van het ouderdomspensioen naar gehuwde pensioengerechtigde bevestigd.