ECLI:NL:CRVB:2020:1740
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens niet gemelde inkomsten uit gokactiviteiten bevestigd
Appellant ontvangt bijstand en heeft in de maanden december 2015 tot en met juli 2016 gokactiviteiten verricht waaruit winsten zijn behaald. Deze inkomsten zijn niet gemeld bij het college, waardoor niet kan worden vastgesteld of appellant in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. Appellant stelde dat hij de gokwinsten steeds opnieuw inzette en daardoor geen inkomsten had genoten, maar de Raad oordeelt dat appellant vrij kon beschikken over de bedragen en dat dit niet relevant is voor de inlichtingenplicht.
Voorts zijn de door appellant aangevoerde dringende redenen, zoals zijn medische en financiële situatie, onvoldoende om van terugvordering af te zien. De financiële situatie wordt mede beschermd door de beslagvrije voet. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de intrekking van de bijstand blijft in stand.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens niet gemelde inkomsten uit gokactiviteiten wordt bevestigd en het hoger beroep wordt verworpen.