ECLI:NL:CRVB:2020:1722
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen toekenning bijzondere bijstand ter compensatie kostendelersnorm
Appellant ontvangt sinds 2014 bijstand op grond van de Participatiewet, waarbij vanaf 1 juli 2015 de kostendelersnorm werd toegepast. Hij vroeg bijzondere bijstand aan om de negatieve financiële gevolgen van deze norm te compenseren, maar het college wees dit af omdat er geen bijzondere omstandigheden waren die extra kosten veroorzaakten.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep richt appellant zich tegen de toepassing van de kostendelersnorm zelf, maar de Raad stelt dat dit buiten het bestreden besluit valt, omdat het hier gaat om een afwijzing van bijzondere bijstand en niet om de toepassing van de kostendelersnorm.
De Raad benadrukt het onderscheid tussen algemene bijstand, bedoeld voor algemene noodzakelijke kosten, en bijzondere bijstand, bedoeld voor bijzondere kosten. De kostendelersnorm leidt tot een lager inkomen, maar dit is geen reden voor bijzondere bijstand. Daarom wordt het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de bijzondere bijstand bevestigd.