ECLI:NL:CRVB:2020:1700
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening arbeidsongeschiktheid en verdiencapaciteit WIA-uitkering na deskundigenrapport
Appellant, laatst werkzaam als klassenassistent en leerkracht Turks, ontving sinds 2007 een WIA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Na een verslechtering van zijn gezondheid in 2014 stelde het UWV een arbeidsongeschiktheidspercentage van ongeveer 54% vast, met een bijbehorende verdiencapaciteit van circa €1.957,50 per maand. Appellant betwistte deze vaststelling en bracht medische rapporten in die een zwaardere beperking aannamen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij het standpunt van het UWV volgde. In hoger beroep benoemde de Centrale Raad van Beroep een onafhankelijke deskundige die het dossier onderzocht en aanvullende beperkingen vaststelde, leidend tot een aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep concludeerde dat appellant geschikt was voor bepaalde functies binnen deze FML, met een arbeidsongeschiktheid van 54,85% en een verdiencapaciteit van €1.918,35.
De Raad oordeelde dat het oordeel van de deskundige overtuigend was en dat het eerdere besluit van het UWV over de verdiencapaciteit niet in stand kon blijven. De Raad vernietigde het bestreden besluit en stelde zelf de mate van arbeidsongeschiktheid en verdiencapaciteit vast. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep stelt de arbeidsongeschiktheid vast op 54,85% en de verdiencapaciteit op €1.918,35, en vernietigt het eerdere besluit.