ECLI:NL:CRVB:2020:1665
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling mate arbeidsongeschiktheid en WGA-uitkering
Appellant, voormalig lasser, meldde zich ziek met rugklachten en ontving een WGA-uitkering op grond van de Wet WIA. Na een herbeoordeling stelde het UWV de arbeidsongeschiktheid vast op minder dan 35%, waarna de uitkering werd beëindigd. Na bezwaar en een nieuw besluit werd de mate van arbeidsongeschiktheid opnieuw vastgesteld op circa 39%, waarbij de uitkering ongewijzigd bleef.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit wegens onvoldoende motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep betwist appellant dat twee functies geschikt zijn vanwege de belasting van trappenlopen, terwijl de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerden dat de functies passend zijn met maximaal één trap.
De Raad toetst het geschil en onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de deskundige dat de functie van samensteller elektrotechnische apparatuur medisch geschikt is. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid en WGA-uitkering ongewijzigd blijven.