ECLI:NL:CRVB:2020:1644
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling mate arbeidsongeschiktheid WIA en bevestiging vaststelling 35-80%
Appellante was laatstelijk werkzaam als coördinatrice binnendienst en viel in 2010 uit vanwege psychische klachten. Het UWV kende haar vanaf 2012 een WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 80%, later herbeoordeeld tot 80 tot 100%. In 2016 vond een nieuwe beoordeling plaats waarbij een arts van het UWV beperkingen vaststelde en een arbeidsdeskundige functies selecteerde die passen binnen de belastbaarheid van appellante.
Het UWV stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 35 tot 80% en wees het bezwaar van appellante hiertegen af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd overwogen dat de medische beoordeling voldoende gemotiveerd was en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) overeenstemden met de diagnoses.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de medische beoordeling onjuist was en dat zij meer beperkingen had, onder meer op concentratie en geluidsbelasting, en dat een verdere urenbeperking nodig was. De Centrale Raad van Beroep volgde dit niet en onderschreef de rechtbank. De medische rapporten waren inzichtelijk en toereikend gemotiveerd, er was geen nieuwe medische informatie die aanleiding gaf tot twijfel, en de geselecteerde functies overschreden de belastbaarheid niet.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor benoeming van een onafhankelijke deskundige of voor toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid op 35 tot 80% en wijst het hoger beroep af.