ECLI:NL:CRVB:2020:1602
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig rij-instructrice, ontving sinds 2007 een WGA-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2016 stelde het UWV vast dat haar arbeidsongeschiktheid was gedaald tot minder dan 35%, waarop de uitkering werd beëindigd. Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat haar psychische en lichamelijke klachten onvoldoende waren meegewogen.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft de beperkingen van appellante nauwkeurig vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML), rekening houdend met haar psychische klachten zoals stressgevoeligheid, emotionele labiliteit en angstklachten, alsmede lichamelijke beperkingen door fibromyalgie en hemochromatose. De geselecteerde functies voor de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling werden als medisch passend beoordeeld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat er geen aanleiding was om te twijfelen aan de medische beoordeling. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De WGA-uitkering van appellante is terecht beëindigd omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.