ECLI:NL:CRVB:2020:1538
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding in bijstandszaak
Appellante had bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam bezwaar gemaakt tegen een besluit tot herziening van haar bijstand over juni 2018 en terugvordering van €439,83. Na afwijzing van het bezwaar stelde zij beroep in bij de rechtbank Rotterdam, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn. Appellante stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en voerde aan dat stress en de afwezigheid van haar maatschappelijk werkster, die haar hielp met postverzorging, de overschrijding veroorzaakten.
De Raad overwoog dat de beroepstermijn zes weken bedraagt en dat een overschrijding alleen verschoonbaar is als niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim was. De veronderstelling van appellante en haar begeleidster dat het beroep nog tot 17 januari 2019 kon worden ingediend was onjuist. Volgens vaste rechtspraak wordt het handelen of nalaten van een belangenbehartiger toegerekend aan de cliënt. Daarom werd de overschrijding niet als verschoonbaar beoordeeld.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare overschrijding van de beroepstermijn.