ECLI:NL:CRVB:2020:1527
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van het verlies van recht op ziekengeld na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante, voormalig allround operator, meldde zich ziek met rugklachten en psychische klachten en ontving ziekengeld. Het UWV stelde na verzekeringsgeneeskundige en arbeidskundige onderzoeken vast dat zij geen recht meer had op ziekengeld omdat zij meer dan 65% van haar loon kon verdienen in andere functies, zoals wikkelaar en productiemedewerker industrie.
De rechtbanken verklaarden de beroepen van appellante tegen de besluiten van het UWV ongegrond, waarbij zij het medisch onderzoek en de functionele mogelijkhedenlijst (FML) als zorgvuldig en voldoende gemotiveerd beoordeelden. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar psychische en lichamelijke beperkingen onvoldoende waren meegewogen en verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbanken en het UWV in hun oordeel dat het onderzoek zorgvuldig was, dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld en dat appellante geschikt was voor de genoemde functies. Er bestond geen aanleiding tot het raadplegen van een onafhankelijke deskundige. De hoger beroepen werden ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht meer heeft op ziekengeld op grond van een zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling.